10.3 Tussentijdse balans

Goedele schrijft...

Van alle jongens is mijn broer ongetwijfeld de domste. Hij hoort een dief in het huis en hij ziet hem zelfs met zijn eigen ogen, maar hij waarscuwt de meester niet. Nu durft hij wat gebeurd is, niet aan de meester te vertellen, omdat hij hem die nacht zelf niet gewaarschuwd heeft. Nu zit mijn Hermannetje door zijn eigen schuld in moeilijkheden.

Herman schrijft...

Ten eerste: voor de diefstal is een groot ding door de dief naar de tuin gedragen. Maar alhoewel de tuin door mij met grote zorg doorzocht is, vind ik dat ding daar niet.

Ten tweede: de dief moet een ven de slaven zijn. s'Nachts waken er immers twee honden in de tuin. Maar terwijl de dief in de tuin was, hebben ze niet geblaft. Dus is de dief geen vreemde maar iemand van het personeel.

Ten derde: de dief is zeker Ewald niet. Die nachtelijke gedaante was tamelijk klein. Ewald overtreft echter iedereen met zijn gestalte. Maar waarom komt Ewald niet te voorschijn? En waar zit hij verstopt? En waarom is hij weggegaan zonder sandalen?

Meer Vestibulum vertalingen:
  • 2.4 Toets voor de leerlingen van meester passatus
  • 3.2 Gesprek tussen Linus en Petrus
  • 3.4 Linus ontmoet Lucia
  • 3.5 Linus, de slaaf, stelt zich voor
  • 3.6 De vrek Centiem stelt zich voor
  • 4.2 Marcus wil trouwen, maar...
  • 5.5 Centiem vindt een oplossing
  • 5.7 Wie zoekt, die vindt !
  • 5.10 Marcus mag dan toch trouwen
  • 6.3 Een arme Assepoes
  • 7.3 Een arme Assepoester wordt een rijke bruid
  • 8.3 Centiem is de koning te rijk, maar voor hoelang?
  • 8.4 Van een kale reis terug
  • 9.2 Herman maakt op een nacht vreemde dingen mee
  • 9.4 Waar is Ewald
  • 9.6 Een brutale diefstal komt aan het licht
  • 10.3 Tussentijdse balans
  • 11.2 Een verbijsterend gesprek
  • 12.2 Op het spoor van de dief
  • 12.5 Goedele piekert
  • 13.2 In de winkel
  • 14.4 Alles wordt nu duidelijk
  • wat nu met Centiem later (p.126-127)
© 2026 TradupolisDisclaimerContact