Tradupolis.be

Seneca 

Waarom aan filosofie doen? 

We zien niet alles, noch de omvang ervan, maar onze scherpzinnigheid opent een methode van onderzoeken en ze legt de echte grondbeginselen. Opdat het onderzoek dan overgaat van het gekende naar het ongekende en we iets is vinden dat ouders dan de wereld zelf: Waaruit zijn de sterren ontstaan? Wat was de toestand van het universum vooraleer de delen zich afzonderlijke opsplitsten in delen? Welke rede heeft de chaos gesplitst? Wie heeft er de plaats toegekend aan de zaken? Vallen de zware dingen uit zichzelf naar beneden? En de lichte dingen naar boven? Of is er behalve de energie en het gewicht van de lichamen een andere kracht die de wetmatigheid van de dingen afzonderlijk bepaalt? En als dat zo is wordt dan bewezen dat de mens iets goddelijk heeft? En is het zo dat een deel en als het ware sommige vonken zijn overgegaan van andere sterren op de aarde en zich op een andere plaats vastgemaakt hebben? Met ons verstand breken we door de grenzen van de hemel en we stellen ons niet tevreden om alleen het zichtbare te kennen. Hij zei: "Ik onderzoek hetgeen wat buiten onze wereld ligt. Is die leegte eindeloos of wordt die ook afgesloten door haar eigen grenzen? Wat is de vorm van het onzichtbare? Is het vormeloos en verward? Of is het bolvormig?

Lett: of neemt het evenveel plaats in naar alle kanten?

en bepaald in een of andere harmonie? Is het verbonden met onze wereld of blijft het ver van de aarde en wentelt deze dan in het ledige? Zijn de dingen waaruit alles opgebouwd is wat al ontstaan is en nog moet ontstaan ondeelbaar? Of zijn ze toch met elkaar verbonden en ze in hun geheel veranderlijk? Zijn de deeltjes onderling tegenstrijdig of niet? En werken ze in al hun verscheidenheid toch tesamen?" Je moet er rekening mee houden dat een wetenschapper weinig tijd heeft, zelfs als hij die volledig voor zich opeist. Als hij niet toelaat dat hem iets wordt ontnomen door gemakzucht of onoplettendheid; Als hij zijn tijd zeer goed gebruikt en als hij tot het einde van zijn leven vorderingen maakt en het lot hem niets verhindert van hetgeen de natuur voorbestemd heeft, komt de dood van de mens toch te vroeg om het onsterfelijke te kennen. Dus leef ik volgens de natuur als ik er mij volledig aan overgeeft, als ik er een bewonderaar en aanhanger van ben. De natuur heeft gewild dat ik beide doe, ik moet handelen en tijd maken voor beschouwing. Ik doe het allebei omdat je niet kan handelen zonder te beschouwen.

Omdat beschouwing niets voorstelt zonder over te gaan tot actie