Tradupolis.be

Cicero 

[CICERO] Brutus 65-67, Laus Catonis 

65 Echter, wie van onze redenaars, althans degenen die nu leven, leest Cato, of wie kent hem zelfs nog? Maar goede goden, wat een man! Ik laat de burger, senator of imperator terzijde, we onderzoeken hier immers de redenaar. Wie is ernstiger in loven, scherper in berispen, spitsvondiger in gezegdes, subtieler in leren en uitleggen ? Er zijn meer dan 150 redevoeringen, althans degenen die ik dusver gevonden en gelezen heb, vol van schitterende woorden en debatten. Laat ze maar kiezen uit deze redevoeringen, wat aandacht en lof waard is: alle verdiensten van de redekunst worden erin gevonden. 66 Want hebben zijn Origines niet, die bloem, dat licht van welsprekendheid? Het ontbreekt hem aan fans, zoals, reeds vele eeuwen ervoor, het Philistus Syracusius en zelfs Thucydides hieraan ontbrak. Immers, zoals Theopompus met de verhevenheid en grootsheid van zijn stijl de beknopte zinnen van dezen, hoewel af en toe niet duidelijk genoeg, aangezien ze nu eens kort, dan weer uiterst spitsvondig zijn, in de schaduw stelde, wat ook bij Lysias en Demosthenes gebeurde. Zo verspert deze hoog verheven stijl van de lateren, als het de glans van Cato. 67. Bij onze redenaars is de onwetendheid zo groot, dat zijzelf, die genoegen scheppen in de degelijkheid van de Grieken, en in wat ze Attische subtiliteit noemen, niet herkennen bij Cato. Ze willen Hyperides zijn, of Lysias. Ik prijs hen, maar waarom willen ze geen Cato (zijn)?